Zo’n 1000 kilometer uit de kust van Ecuador bevinden zich de Galápagos Eilanden, in 1979 door de UNESCO tot Patrimonio Nacional de la Humanidad verklaard. De Galápagos Eilanden werden in 1535 ontdekt, toen de bisschop van Panama per ongeluk afdreef op zijn tocht naar Peru en op een aantal eilanden stuitte. In zijn rapport over de ontdekking sprak hij over gigantische ‘galápagos’, hetgeen schilpadden betekent, en de naam voor de eilandengroep was geboren. Drie eeuwen lang dienden ze als rustpunt voor walvisvaarders en piraten, die er vers eten insloegen (schildpadden gingen levend mee in het ruim...). De beroemdste bezoeker is ongetwijfeld Charles Darwin, die in 1835 vijf weken lang bewijsmateriaal zocht en ook vond voor zijn evolutietheorie. In 1859 publiceerde hij zijn meesterwerk ‘On the Origin of Species’. In 1832 waren de Galápagos Eilanden tot Ecuadoraans territorium geclaimd en tot 1959 werden ze gebruikt als strafkolonie. In dat jaar werd de eilandengroep het eerste Nationaal Park van Ecuador.
De Galápagos is een geďsoleerde groep vulkanische eilanden, in totaal achtduizend vierkante kilometer, waarvan eiland Isabela ongeveer de helft beslaat. Er zijn 13 grotere eilanden, 6 kleine en rond de 40 nog kleinere, die niet eens allemaal een naam hebben. Het hoogste punt is de vulkaan Wolf (1707 meter) op het eiland Isabela. De meeste eilanden hebben een Engelse en een Spaanse naam en soms ook nog een officiële naam (door de regering toegekend in 1832). Vijf van de eilanden zijn bewoond, te weten Baltra, Santa Cruz, San Cristóbal, Isabela en Floreana. De eilanden zijn ontstaan door erupties van onderwatervulkanen; ook nu is het een vulkanisch aktief gebied. De laatste uitbarstingen dateren van 1991 (Marchena) en 1995 (Fernandina). Het vulkanisch gesteente van de Galápagos is basalt, waardoor er lavastromen gevormd worden bij erupties, in plaats van explosies. Toen de eilanden gevormd werden, waren het kale vulkanische rotsen en alle dieren die te vinden zijn op de Galápagos hebben op één of andere manier de duizend kilometer tussen het vasteland en de eilanden weten te overbruggen. Vogels, reptielen en zeezoogdieren zijn de belangrijkste bewoners. Er zijn weinig landzoogdieren en dat verklaart het feit dat de meeste dieren niet bang zijn: er is weinig op ze gejaagd. De dieren evolueerden wel, om zich beter te kunnen aanpassen, zo erg zelfs dat er een aantal generaties later duidelijk sprake was van een ander soort (Darwin’s theorie over ‘evolutie door natuurlijke selektie’). Een aantal soorten is endemisch op de Galápagos, dat wil zeggen dat het betreffende soort alleen daar voorkomt. In 1964 bouwde de regering op het eiland Santa Cruz het Charles Darwin Research Centre. 97% Van het land op de eilanden ligt vastgelegd in het Nationale Park (de rest is bebouwde kom of farm) en daaromheen nog eens 50.000 vierkante kilometer oceaan. Halverwege de jaren zestig kwam het georganiseerde toerisme op gang, met zo’n 1000 toeristen per jaar. Inmiddels zijn dat er 60.000 per jaar ... Er zijn in totaal zo’n 50 plaatsen op de eilanden die bezocht mogen worden. De rest is beschermd gebied.
Het regenseizoen is van januari tot juni, het droge seizoen van juli tot december. Februari is de heetste maand. Het water is rond de 23°C en meestal kalm in het natte seizoen. Het droge seizoen is koeler en vaak mistig (de ‘garúa-mist’). Van augustus tot oktober is de zee ruwer en is het water een stuk kouder.