De legendarische quetzal is de heilige vogel van Midden-Amerika, die alleen nog in Costa Rica voorkomt. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben een prachtig metaalglanzende groene kop, rug en vleugels, een helder rode borst en witte onderstaartveren. Bij de wijfjes zijn de kleuren overigens wel wat minder uitbundig dan bij de mannetjes en vaak is het metaalgroen vervangen door bruine veren. Daarnaast groeien in de paartijd bij de mannelijke quetzals vier staartdekveren uit tot erg lange, sierlijke groene slierten die ze als ze in het nesthol zitten buitenboord hangen. De poten van de quetzal zijn grijs van kleur en hebben vier tenen aan iedere voet. Twee tenen zijn naar voren, de andere twee zijn naar achteren gericht. De snavel van de quetzal is kort, maar wel erg sterk. Mannelijke vogels hebben een gele bek, terwijl de snavel bij de wijfjes zwart van kleur is.
Het leefgebied van de quetzals zijn de beboste gebieden van 1200 tot 3000 meter hoogte, zoals nevelwouden. Ze bevinden zich met name in de boomkruinen. De mannelijke quetzal claimt iedere dag opnieuw zijn terittorium met zijn kenmerkende roep, die vooral bij zonsopgang, midden op de morgen en bij zonsondergang te horen is. De quetzal voedt zich voornamelijk met vruchten en dan vooral wilde avocado’s. De avocado’s worden geheel ingeslikt, waarna het vruchtvlees in de maag wordt verteerd. De grote pit wordt weer uitgespuugd, waardoor de quetzal bijdraagt aan de verspreiding van avocadobomen. Daarnaast worden ook insecten, spinnen, kleine boomkikkers en gekko’s gegeten door de quetzal.
Het broedseizoen loopt van februari tot juni. De quetzal nestelt vaak in boomholten die door spechten verlaten zijn. Er worden 2-4 lichtblauw gekleurde eieren gelegd, waarop de beide ouders om beurten broeden. De jongen komen na ongeveer achttien dagen uit het ei en worden ook door beide ouders opgevoed. Ze hebben nog niet de prachtige kleuren van hun ouders en de jongen worden voornamelijk gevoed met kleine insecten. Na een maand vliegen de kleine quetzals uit, hoewel ze in de tijd daarna nog vaak met hun ouders optrekken.